Algemeen

Pof

Dit wordt zowel gebruikt om de handen uit te drogen als om de huid te beschermen.

Te veel pof op een greep maakt het echter moeilijker vast te houden, waardoor je de greep beter eerst borstelt.

Statisch <-> dynamisch

Statische bewegingen zijn traag en gecontroleerd, terwijl dynamische bewegingen sneller en krachtiger zijn.

Barn door

Wanneer je maar twee contactpunten met de muur hebt en deze zich allebei aan dezelfde kant van je lichaam bevinden, kan je uit de muur draaien (zoals een deur).

Send/Flash

Een send is het voltooien van een route. Een flash is een send waarbij je maar één poging nodig had.

Project

Een project is een route waar je een tijdje aan werkt. Je probeert de sequentie te vinden die voor jou werkt, en leert dus geleidelijk aan meer over je project. Hier leer je meer van dan als je een route direct kan.

Beta/crux

De beta is de sequentie waarin je een route kan voltooien. Er zijn vaak meerdere betas mogelijk en de beste beta hangt af van je sterktes/zwaktes. De crux is het moeilijkste gedeelte van een route.

Muursoorten

Volume

Een extensie van de muur, meestal bruikbaar (maar niet per se relevant) voor elke route. Hierop kunnen ook andere grepen toegevoegd worden. Volumes zijn meestal zwart/grijs.

Overhang

Dit is een steile muur waaronder je hangt en dus je armen meer gebruikt.

Cave

We spreken van een cave als de muur horizontaal is (en dus eerder een dak is). Dit is de uiterste versie van overhang.

Arete

Een arete is een hoek van een muur die je kan gebruiken om zijwaarts te hangen.

Slab

Dit is een steile muur waarop je staat en dus meer balans nodig hebt.

Top-out

Bij een top-out is het de bedoeling dat je ergens bovenop klimt (zoals bij een effectieve rots). De route eindigt dus als je bovenop de muur staat.

Holds

Jug

Een jug is een grote greep die je gemakkelijk en comfortabel vast kan houden.

Crimp

Crimps zijn kleine grepen waarbij je je vingertoppen gebruikt. Er zijn meerdere vingerposities, afhankelijk van de crimpgrootte.

Pinch

Bij een pinch knijp je in een greep, waardoor je duim zich dus aan de andere kant van de greep bevindt.

Sloper

Een sloper is een greep die je niet kan vasthouden. Je gebruikt een sloper door frictie tussen de greep en je hand te creëren. Hier is je lichaamspositie enorm belangrijk.

Dual/No tex

Grepen hebben meestal textuur, zodat je deze goed kan vasthouden en er goed op kan staan d.m.v. de rubber op je schoen. Er zijn echter ook grepen die half of zelfs volledig glad zijn.

Pocket

Een pocket is een greep met een gaatje waar maar enkele vingers in passen.

Technieken

Foot swap

Bij een foot swap wissel je van voeten op een greep. Hier zijn verschillende technieken voor.

Lock-off

Als je je armen geplooid houdt, en dus puur op je biceps vertrouwt, spreekt men over een lock off. Dit wordt vaak instinctief door beginners gedaan en is meestal onnodig (en afgeraden).

Rock-over

Bij een rock over positioneer je je gewicht boven je voet, waarna je op die voet rechtstaat.

Dyno

Dit is een dynamische beweging waarbij beide voeten tijdelijk nergens op staan. Vaak is dit een opwaartse, zijwaartse of voorwaartse sprong.

Drop knee

Bij een drop knee draai je je knie naar binnen om op een gecontroleerde manier een verre greep vast te kunnen nemen.

Campus

Bij een campus komen je voeten niet in contact met de muur en klim je puur met je bovenlichaam.

Flaggen

Als je een voet tegen de muur houdt om je balans te houden, spreken we over flaggen.

Heel hook

Haak je hiel/tenen rond een greep om niet uit de muur te draaien, of om jezelf in de richting van je voet te trekken.

Smearen

Als je je voet gebruikt om op de muur zelf te staan, ben je aan het smearen.

Knee bar

Bij een knee bar steek je je knie vast onder een greep, waardoor je je handen kan loslaten.

Mantle

Bij een mantle ga je op een greep staan waar je net aan hing.

Match

Een match wil zeggen dat allebei de handen/voeten eenzelfde greep gebruiken.